kop geschiedenis

Genesis 2: De tuin in Eden
In de tijd dat God, de Heer, aarde en hemel maakte, was er van de struiken en planten, die Hij op de derde dag gemaakt had, nog niet één uit de aarde opgeschoten, want God, de Heer, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.

Toen maakte God, de Heer, adam, de mens, die mannelijk én vrouwelijk was. Hij vormde adam uit aarde , adamah, en blies hem zijn levensadem in.

God, de Heer, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Pardés betekent in het Hebreeuws ‘boomgaard’ of ‘tuin’. Het komt van een oud Perzisch woord en heeft in onze taal het woord ‘paradijs’ opgeleverd. De term heeft in het Jodendom een religieuze betekenis gekregen. De tuin is daarin de plek bij uitstek voor mystieke bespiegelingen. Joodse mystici worden later ook wel ‘zij die zwerven in de tuin’ genoemd.

Eten en geloven in het oude testament

Wijn had een gewijde status en werd als offer gebracht.

Brood was heilig. Voor de maaltijd werd een dankgebed uitgesproken, waarna er zout als teken van verbond en als offerande over het brood werd gestrooid. Honing, in bijbelse tijden waarschijnlijk dadelstroop. Bij Joods Nieuwjaar, opdat het ‘zoet’ moge worden. Tegenwoordig ritueel gerecht voor Pesach.

Olijfolie, ceremonieel, als offer, voor zalvingen, om in te frituren tijdens Chanoeka.

Granaatappels, vruchtbaarheid, vernieuwing, Joods Nieuwjaar.

Mierikswortel , bitter kruid bij de seidermaaltijd, het bittere leven in Egypte.

Genoemd worden verder: tarwe, gerst, linzen, tuinbonen, groenten als prei, ui en knoflook, wilde planten en hun vruchten als komkommers en meloenen, druiven, vijgen, vlees van voornamelijk geiten en schapen, noten en amandelen, de kruiden komijn, fenegriek, sesamzaad, dille en venkel die zowel medicinaal als smaakmakend werden gebruikt.

In de eerste eeuwen na Christus komen daar bij : kool, bieten, selderij, radijs, kikkererwten, lupine, mosterdzaad, hysop, munt, salie, koriander, karwij, majoraan en laurier.

Laan van Maarschalkerweerd 2
3585 LJ Utrecht
Telefoon: 030 2144869
Email: info@moestuinutrecht.nl