Appels
Hete bliksem
Hoofdgerecht voor 2 personen
Ingrediënten: 600 gram aardappelen (bijv. Junior), 500 gram appels (bijv. Zoete Bloemee),
1 grote ui, 15 gram boter, peper en zout.
Tarte Normande
Nagerecht voor meerdere personen
Ingrediënten: 750 gram appels (Delbar of Elstar), 3 eieren, 100 ml crème fraîche, suiker, boter, kaneelpoeder, vanille–extract, Calvados (klein kook-flesje, kost 2 euro)
Meer informatie over appels
‘Adam was maar een mens – dat verklaart alles. Hij pakte de appel niet aan omdat hij zo’n zin in appels had, maar omdat het niet mocht.’ Aldus de schrijver Mark Twain. Sommigen menen dat de ongelukkige start van dit fruit er de reden van was dat er in de Middeleeuwen geen appels werden gegeten, maar dat klinkt wat onzinnig.
In de Bijbel wordt de appel niet eens genoemd; waarschijnlijk ging het om een vijg. Verschillende heiligen, waaronder Odulf van Brabant uit het Utrechtse Sint Maartenklooster, worden in gunstige zin met appels in verband gebracht; met name ‘blozende appelwangen’ zijn symbool komen te staan voor de onbevangenheid en onbaatzuchtigheid van de jeugd. De Middeleeuwse kasteel- en kloostertuinen waren gebruikstuinen; meestal vierkante stukken grond, door paden verdeeld in vakken met elk een eigen bestemming; grasveld of prieel (waar mensen elkaar ‘het hof’ konden maken) bij de kastelen, een bloementuin voor de altaarversiering bij de kloosters, en moestuin, kruidentuin en boomgaard (vergier, bogart, boogaert) . Voor de appels – toen reeds de meest geteelde vrucht - worden soorten genoemd als ‘Gozmeringa’ , ‘Geroldinga’ en ‘Syboldinga’.
Na de roerige Middeleeuwen kwam er vooral bij de kastelen meer ruimte voor de sierfunctie van de tuin. Ook stichtten rijke kooplieden uit de steden kleine landelijke buitenverblijven, die nog weer later (17-de eeuw) tot prachtige lusthoven konden uitgroeien (b.v. Heemstede in Houten, 1680). Het wordt typisch Nederlands geacht dat de tuin ook altijd nut moest hebben en daarom altijd een groot gedeelte voor groenten en fruit bestemd bleef. Een van de functies van de ‘slangenmuur’ was de afscheiding van moes- en siertuin, zodat bezoek niet geconfronteerd hoefde te worden met grofstoffelijke zaken als het telen van groenten! Tevens konden op de zuidkant van zo’n muur allerlei exotische vruchten gekweekt worden. Het werd in de Gouden Eeuw een sport om niet alleen die exotische soorten te verzamelen (ruilhandel) maar ook om via kruising en selectie nieuwe rassen van bekende vruchten, als de appel, te kweken.
Johann Hermann Knoop (Pomologia, 1758) noemt 103 appelrassen, in 1868 noemt een volgend standaardwerk uit Boskoop 118 appelrassen. De rassenlijst voor fruit uit 1936 telt nog 73 appelsoorten, en nu zijn er nog maar een stuk of 7 bekende. Sommige daarvan hebben echt de tand des tijds doorstaan, zoals de Goudreinet of Schone van Boskoop zoals zij liever genoemd wordt, die in de 18-de eeuw in de buurt van Montfoort geboren moet zijn. Andere toppers zijn Golden Delicious, James Grieve en Cox Orange Pippin.
De smaak van het publiek lijkt ook veranderd; van zoete appels naar liever wat zurige appels. Wat dat laatste betreft zijn de Elstar en de Delbar verrukkelijk. Maar Benderzoet, Eysdener Klumpke en Koningszuur, ooit echt ‘Utrechtse’ appels, zie die maar eens te pakken te krijgen. Dat lukt u soms wel met de Zoete Bloemee, een Gelderse appel, gekweekt in de 19-de eeuw, vooral geschikt als stoofappel (meekoken met b.v. rode kool, bietjes, pompoen, zonder dat de appel uit elkaar valt) of droog-appel.
Voor wie het drogen eens wil proberen: Schil de appels, steek de klokhuizen eruit en snijd ze in plakken van 1 cm dik. Rijg de plakken aan een stok en zet die voor de kachel of boven de radiator. Ideale temperatuur: tussen de 30 en 50 graden Celsius.
‘Ik heb met hem nog een appeltje te schillen’ duidt op een onaangenaam gesprek dat nog plaats moet vinden. Waarschijnlijk ging het in het oorspronkelijke gezegde om een ‘uitje’ dat de ander aan het huilen zou brengen. Het gerecht ‘hete bliksem’ is een streek-klassieker (Twente / Achterhoek) waarin appel en ui samen komen.
Normandië is de appelstreek van Frankrijk: appelbomen doen het goed op kleigrond (rivier- en zeeklei) met voldoende kalk. Cider en Calvados zijn gemaakt met appelsap.